Kevin Thozet, lid van het beleggingscomité van Carmignac
De onderstaande grafiek toont de evolutie van een cross-assetportefeuille, die gelijkmatig is geïnvesteerd in Europese aandelen, aandelen uit opkomende markten, Amerikaanse aandelen en technologieaandelen in euro, investment grade- en high yield-bedrijfsobligaties, langlopende obligaties, inflatiegebonden obligaties, goud, contant geld in euro en contant geld in dollar (1) in 2025.
Dit is een enorme verschuiving op begrotingsvlak in Duitsland. Het versoepelen van de zogenaamde schuldenrem zal met name meer leningen mogelijk maken, vooral voor defensie en infrastructuur. Deze stap zal naar verwachting het komende decennium jaarlijks tussen 0,5 procent en 1 procent bijdragen aan het bbp.
Deze schok zorgde ervoor dat de Amerikaanse economie het grootste deel van 2025 doorstond. 2026 zal uitwijzen of het heffen en herverdelen van zo’n importbelasting de K-vormige economie kan omvormen tot een V-vormige economie (2).
Opkomende markten (gekoppeld aan AI-toeleveringsketens, Chinese innovatie en Latijns-Amerika), Europa (de wraak van de binnenlandse economie) en Japan (ontsnapping aan deflatie) hebben allemaal beter gepresteerd dan de Verenigde Staten – zowel lokaal als omgerekend naar dollar.
De daling ging gepaard met wilde schommelingen in de S&P 500, die bewoog binnen een bereik van min 15 procent tot plus 15 procent, iets wat slechts vier keer is voorgekomen in de afgelopen vijftig jaar. Tegelijk ontstond een onwaarschijnlijke correlatie waarbij aandelen, obligaties en de dollar allemaal samen terrein verloren tijdens de ‘Liberation Week’, een merkwaardige combinatie voor een grote uitgever van reservevaluta. Het schijnbare einde van de Pax Americana (3) zoals wij die kenden, of het in twijfel trekken van het Amerikaanse exceptionalisme, droeg bij aan het doorbreken van historische patronen.
Deze mijlpaal werd bereikt doordat enorme AI-gerelateerde investeringen de verkoop van de chipfabrikant opstuwden, waardoor marges boven de 70 procent bleven dankzij de unieke GPU-architectuur. Andere ‘picks and shovels’-aanbieders profiteerden ook van de digitale goudkoorts om meer rekenkracht te leveren – hoewel het momentum afnam, omdat de zorgen over de kapitaalkosten toenamen.
Het edelmetaal was zeer gewild bij institutionele beleggers die hun reserves willen diversifiëren. Wereldwijde economische onzekerheid, geopolitieke risico’s en verwachtingen van lagere beleidsrentes zorgden ook voor een stijgende vraag.
De lange looptijden stegen in de ontwikkelde markten, gedreven door vooruitzichten van lagere rentes, meer overheidsuitgaven, een onzekere inflatieverwachting en een schijnbaar eindeloze economische cyclus. Al deze factoren hadden invloed op de honger van beleggers naar langlopende obligaties.
De bedrijfsobligaties hebben het over het algemeen goed gedaan op vlak van carry, met relatief lage volatiliteit die de spreads terugduwde naar niveaus van vóór zowel de Russische invasie van Oekraïne. Op het eerste gezicht zijn markten al vier jaar niet zo duur geweest; maar wie dieper graaft, ziet steeds meer scheuren – in particuliere markten (Tricolor) en onder beursgenoteerde uitgevers (Altice en Spirit Airlines gingen voor de tweede keer in twee jaar in gebreke of werden herstructureerd). De spreiding is groot, obligatiekeuze is cruciaal en kan een uitstekende bron van beleggingsrendement zijn.
De daling weerspiegelde het grote aanbod (OPEC+ verhoogde de productie) en de afnemende vraag (nu de wereldwijde groei vertraagde). De bombardementen op Iran verlaagden de geopolitieke premie. Tegen de intuïtie in reageerde olie minder op geweld dan op het verstoringsrisico: zolang de stromen veilig blijven, verdwijnt de risicopremie.
De Frans-Duitse tienjaarsrente steeg met 20 basispunten voordat deze weer terugviel naar de dieptepunten van 2025. De voorkeur van beleggers voor bedrijfsobligaties dreef de rendementen van enkele van de grootste Franse bedrijven onder die van de Franse overheid. Franse aandelen presteerden minder vergeleken met Europese concurrenten, waarbij de CAC 40 slechts de helft van het rendement van de Duitse DAX opleverde, twee derde van de Italiaanse MIB en een kwart van de Spaanse IBEX.