Aurélien Duval, fondsbeheerder bij DPAM
![]() Aurélien Duval |
In eerste instantie vermindert een zwakkere dollar de waarde van Amerikaanse beleggingen in euro. Amerikaanse multinationals profiteren echter vaak van hogere buitenlandse inkomsten in dollartermen, wat winstherzieningen en aandelenkoersen kan ondersteunen. Veel bedrijven in de S&P 500 halen zo’n 40% van hun omzet buiten de VS, en die wereldwijde spreiding fungeert als natuurlijke bescherming.
Tijdens eerdere periodes van aanzienlijke dollardalingen – zoals tijdens het Plaza-akkoord (1985–1987), de periode tussen 2003 en 2007, en in 2017 – zette de S&P 500 sterke prestaties neer. Goedkopere export en hogere dollarwaarderingen van buitenlandse verkopen compenseerden steeds de wisselkoersdruk voor wie in euro’s belegd was. Aandelenmarkten slagen er dus vaak in om valutaverlies op te vangen, zeker wanneer bedrijven internationaal actief zijn.
Onderzoek toont aan dat aandelenrendementen op lange termijn veel sterker gedreven worden door winstgroei en economische cycli dan door valutabewegingen. Wisselkoerseffecten middelen zich doorgaans uit in de tijd, zeker in portefeuilles met een spreiding in wereldwijde ondernemingen.
Een systematische valuta-afdekking kan het rendement zelfs drukken en de complexiteit verhogen. Dat neemt niet weg dat sommige bedrijven wel degelijk reëel wisselkoersrisico lopen wanneer kosten en opbrengsten in verschillende valuta worden geboekt. Luxeproducenten bijvoorbeeld maken hun kosten vaak in euro of Zwitserse frank, terwijl ze in dollar verkopen. Daalt de dollar, dan krimpen de marges tenzij prijzen stijgen. Hetzelfde verhaal zien we bij de Zweedse industrieel Atlas Copco: kosten in Europa, een aanzienlijke omzet in de VS. Een zwakkere dollar kan dan de winsten in Zweedse kronen of euro doen dalen. In deze gevallen speelt actief beheer een sleutelrol.
Waar een bedrijf genoteerd staat, zegt weinig over zijn economische blootstelling. MercadoLibre bijvoorbeeld noteert op Nasdaq, maar is alleen actief in Latijns-Amerika en heeft geen dollarinkomsten of -kosten. Linde verplaatste zijn hoofdnotering van Duitsland naar de VS. Ondanks het feit dat zijn wereldwijde activiteiten en fundamenten niet veranderd zijn, zou je het als een ‘Amerikaans’ bedrijf kunnen beschouwen. Voor beleggers telt in welke valuta een onderneming verdient en kosten maakt – niet op welke beurs het aandeel wordt verhandeld.
Valuta kunnen op korte termijn schommelingen veroorzaken in de waarde van een aandelenportefeuille, maar op lange termijn bepalen fundamenten het rendement. Wereldwijde ondernemingen passen zich aan wisselkoersbewegingen aan, en historisch vielen periodes van dollardalingen vaak samen met sterke Amerikaanse beursjaren. Actief beheer blijft cruciaal om bedrijven met echte valutamismatches te identificeren en tijdig bij te sturen.
Voor beleggers in euro is een zwakkere dollar zelden een reden om wereldwijde aandelen te mijden. In veel gevallen fungeert ze zelfs als rugwind voor winstgroei en waarderingen. Met de juiste selectie en analyse blijven aandelen een van de meest robuuste manieren om te investeren in een wereld met meerdere valuta.