Janus Henderson: Europa staat weer op de radar bij beleggers

Jarenlang gold Europa als de regio die veel belooft, nog meer reguleert en weinig groei levert. Beleggers zagen Europese aandelen als een klassieke value trap: goedkoop, maar niet zonder reden. In 2025 kantelde dat beeld; Europa presteerde sterk en bleef toch relatief goedkoop. De lage verwachtingen en betere rendementen vormden zo een gunstige mix, juist toen beleggers meer spreiding zochten buiten de VS. De vraag is of Europa die lijn kan vasthouden. Volgens portefeuillebeheerder Robert Schramm-Fuchs van Janus Henderson jagen geopolitieke en veiligheidsdruk een hervormingsimpuls in Europa aan en schept daarmee nieuwe kansen voor beleggers in Europese aandelen.

Europa’s herwaarderingspotentieel is nog lang niet benut

De Europese rally in 2025 kwam niet doordat structurele problemen ineens waren opgelost. De koersstijgingen vonden plaats terwijl het sentiment voorzichtig bleef en de geopolitieke onzekerheid toenam. Toch zijn Europese aandelen nog altijd relatief laag gewaardeerd.

Twee specifieke kenmerken maken Europa voor beleggers bijzonder interessant:

1. Het ‘smalle-deur’-effect: de Europese aandelenmarkt is veel kleiner dan de Amerikaanse, waardoor een draai in kapitaalstromen - vooral vanuit het buitenland - snel tot scherpe koersbewegingen kan leiden. 2025 was daarvan een duidelijk voorbeeld: beperkte extra vraag kan al een groot prijseffect hebben.

2. Een grote voorraad ‘slapend’ spaargeld. EU-huishoudens hebben forse buffers, waarvan een aanzienlijk deel in cash nauwelijks rendeert. Als beleid en marktinitatieven dit kapitaal richting financiële markten kunnen bewegen, kan dat uitgroeien tot een krachtige aanjager van groei en rendement.

Afbeelding: Europees spaargeld staat geparkeerd langs de zijlijn

Europees spaargeld

Traag momentum, maar de richting is constructief

De grote hervormingen in de EU komen tot nu toe vooral stap voor stap tot stand: traag, technisch en vaak bureaucratisch. Dat zal niet snel veranderen. Toch bevatten de voorstellen van oud-ECB-president Mario Draghi elementen die het economische speelveld in beweging kunnen zetten, mits ze worden doorgezet. Zulke veranderingen vragen tijd, maar markten reageren vaak al op een ingezette, geloofwaardige koers, zeker als de verwachtingen laag zijn. Tegen die achtergrond ziet Schramm-Fuchs kansen in meerdere sectoren:

Defensie: inhaalvraagstuk met lange adem

De lage defensie-uitgaven van de afgelopen dertig jaar waren historisch eerder een uitzondering dan de regel. De huidige druk om meer te investeren wijst daarom vooral op een terugkeer naar een hoger, structureel niveau. Tegelijk schiet Europa nog tekort in schaal en productiecapaciteit, iets wat de oorlog in Oekraïne scherp blootlegt. Drones veranderen bovendien de rekensom: het is lastig vol te houden om peperdure systemen in te zetten tegen goedkope middelen. Toch prijzen beleggers volgens veel waarderingen nog altijd een korte herbewapeningsgolf in, terwijl de vraag juist meerdere jaren kan aanhouden.

Europeen defense secteurs rendits

Luchtvaart: vraag trekt aan, aanbod blijft klem zitten

Ook in de luchtvaartsector is de disbalans tussen vraag en aanbod groot. De reislust keerde na corona snel terug, maar producenten en hun fragiele toeleveringsketens konden de productie niet in hetzelfde tempo opschalen. De output bij grote vliegtuigbnouwers ligt nog altijd onder pre-pandemische niveaus en normalisatie kost jaren. Tegelijk zit de sector in een soort ‘oogstfase’ na recente productlanceringen, terwijl een nieuwe grote herinvesteringsronde pas over zeven tot tien jaar in beeld komt. Sterke vraag, beperkte capaciteit en een relatief gunstig investeringsvenster maken de sector daarmee aantrekkelijk.

Nutsbedrijven: van energietransitie naar AI-gedreven netuitbouw

Europa vervangt kolen en kernenergie steeds meer door wind en zon, wat het stroomnet volatieler maakt. Tegelijk versnelt de vraag naar elektriciteit door AI en datacenters, op een schaal die tegen de huidige Europese consumptie aanloopt. Die piekvraag botst met verouderde netten. De opgave verschuift daarom van vervanging naar grootschalige uitbreiding en versterking. Nutsbedrijven en netbeheerders worden zo cruciaal voor elektrificatie, strategische weerbaarheid, AI-gedreven vraaggroei en gereguleerde langetermijninvesteringen.

Kan Europa de sterke prestaties vasthouden?

De beleggingscase voor Europa is dubbel: structurele problemen zijn hardnekkig, maar het vermogen om ze aan te pakken wordt vaak onderschat. Omdat veel knelpunten binnenlands zijn, draait het vooral om het tempo van hervormingen. Dat biedt ruimte voor positieve verrassingen, zeker nu waarderingen en positionering laag blijven en jarenlange zwakke groei de politieke druk opvoert om concurrentiekracht te versterken, kapitaalmarkten te verdiepen en regels te stroomlijnen. Ook kan het ‘slapende’ spaargeld een rugwind worden als het richting beleggingen wordt geleid.

Hervormingen zullen echter traag en niet-lineair verlopen. Toch kan zelfs gedeeltelijke vooruitgang al doorwerken in koersen, zeker met meerjarige uitgaven aan defensie, krapte in de luchtvaart en een versnelling van investeringen in de energie-infrastructuur. Europa heeft geen mirakel nodig, wel gestage vooruitgang.