Gevolgen van Amerikaanse aanvallen in Iran voor de markten: olieprijs omhoog, maar geen paniek

Adam Hetts, Global Head of Multi-Asset bij Janus Henderson, reageert op de militaire aanvallen in Iran en schetst de mogelijke gevolgen voor beleggers

De onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en Iran over de nucleaire capaciteiten van Iran liepen afgelopen week stuk. Kort daarop volgden gezamenlijke Amerikaanse en Israëlische aanvallen op strategische doelen en politieke en militaire leiders in Iran. Iran sloeg vervolgens terug met aanvallen elders in het Midden-Oosten. Daarmee groeit het risico dat het conflict verder escaleert, verder dan de relatief kortstondige confrontaties tussen Israël en Iran in april 2024 en de twaalfdaagse oorlog in juni 2025.

Eerste focus: olie

De belangrijkste aandacht voor beleggers ligt bij de impact op de olieprijs. Iran is goed voor circa 3 à 4% van de mondiale olieproductie, maar de regionale spillover neemt al toe. Het meest in het oog springend: de aanvallen hebben geleid tot wat feitelijk neerkomt op een stilvallen van de scheepvaart door de Straat van Hormuz, waar ruwweg 20% van de mondiale olie-aanvoer doorheen gaat.

Olieprijs kan verder oplopen, maar vermoedelijk beheersbaar

Olie noteerde de afgelopen twaalf maanden vooral in een bandbreedte van $60–$70 per vat. Inmiddels is de prijs richting de $80 geschoten en ligt een verdere stijging voor de hand. Dat is een stevige prijsstijging, maar nog niet per se alarmerend vanuit breder beleggingsperspectief. Een stijging richting $80 past bij het conflict van juni 2025, en $90 bij april 2024, periodes waarin markten de prijsstijgingen grotendeels konden wegzetten, omdat de spanningen relatief snel wegebden. Ter vergelijking: de Russische inval in Oekraïne begin 2022 duwde olie langdurig boven $100, met kortstondige pieken boven $120. De huidige olieprijs wijst vooral op een beperkt conflict van relatief korte duur.

Waarop te letten als de onzekerheid aanhoudt

Als de onzekerheid langer blijft hangen, zijn er meerdere onmtwikkelingen in de markt om scherp te volgen. Een bredere onzekerheid drukt doorgaans het beleggerssentiment en kan risicovolle beleggingen wereldwijd onder druk zetten. Dat maakt safe havens relatief aantrekkelijker, zoals staatsobligaties uit ontwikkelde markten, waaronder Amerikaanse Treasuries, en safe-havenvaluta’s. Houdt de onzekerheid langer aan, dan kunnen hogere olieprijzen bovendien een mondiale inflatieschok veroorzaken. Dat zou de kans verkleinen dat de Amerikaanse Federal Reserve later dit jaar de rente verlaagt, iets waar markten nu nog op rekenen.

Lange trends versus korte schokken

Tegelijk zouden grote verschuivingen in marktdynamiek een langdurige escalatie vereisen. Dat is op dit moment niet het basisscenario. Beleggers moeten er wel rekening mee houden dat de eerste fase na een gebeurtenis van deze omvang gepaard gaat met schokkende krantenkoppen en een periode van verhoogde, mogelijk zelfs piekonzekerheid.

Zoals altijd is het voor beleggers verstandig vast te houden aan een langetermijnblik in plaats van te reageren op kortetermijnvolatiliteit. Dat betekent: een goed gespreide portefeuille met kwalitatief sterke veilige-havenposities die tegen een stootje kan. En: belegd blijven, in plaats van geopolitieke ontwikkelingen en bijbehorend risico proberen te timen. Volgens deze benadering is het zinvoller de blootstelling te behouden aan structurele groeitrends die de markten ook op langere termijn blijven vormen.