DWS: Markten zijn terecht bang voor stijgende inflatie

Commentaar van Ulrike Kastens, econoom Europa bij vermogensbeheerder DWS, over de inflatiecijfers in de eurozone.

De inflatie in de eurozone steeg in februari 2026 onverwacht naar 1,9%, tegenover 1,7% in januari. Hoewel de energieprijzen met 3,2% daalden en de voedselprijzen stabiel bleven op 2,6%, liep de kerninflatie op van 2,2% naar 2,4%. Daarmee komt er een einde aan de dalende trend van de voorbije maanden.

Ondanks een sterkere euro en lagere loonstijgingen, stegen zowel de prijzen van goederen als van diensten licht. Toch liggen zowel de algemene inflatie als de kerninflatie nog grotendeels in lijn met de verwachtingen van de Europese Centrale Bank (ECB).

Op korte termijn zullen de hogere olieprijzen in het inflatiecijfer van maart al zichtbaar worden; alleen al in Duitsland stegen de prijzen van benzine en diesel met 6 tot 8% en nam de prijs van stookolie nog sterker toe. De impact van de forse stijging van de gasprijzen wordt in de meeste landen pas met vertraging voelbaar, omdat veel consumenten vaste langetermijncontracten hebben. De effecten van hogere olieprijzen daarentegen vertalen zich vrijwel onmiddellijk door in hogere kosten van het levensonderhoud.

De inflatie kan in maart oplopen tot 2,5% met mogelijk verdere opwaartse druk. Hoe snel de energiemarkten tot rust komen, hangt af van de duur van de oorlog.

De ECB zal tijdens de vergadering later deze maand de risico’s opnieuw evalueren, maar ik verwacht dat zij op de korte termijn de afwachtende houding zal aanhouden. Op de financiële markten wordt de kans op een rentestijging inmiddels hoger ingeschat. Voor de ECB is dat voorlopig nog geen aanleiding om in te grijpen. Wel is het logisch dat beleggers vooruitlopen op het risico dat de inflatie langer hoog blijft dan verwacht.