Na de uitbundigheid tijdens de pandemiejaren is de kunstmarkt afgekoeld. Verzamelaars zijn selectiever en de prijzen voor top-kunstwerken stabiliseren. Speculatieve aankopen nemen af, terwijl de vraag zich steeds meer concentreert op werken van hoge kwaliteit, met een sterke herkomstgeschiedenis. Liquiditeit is een strategisch voordeel. „Terwijl de kunstmarkt afkoelt, neemt het lenen met kunst als onderpand toe”, zegt Folarin Oyeleye, hoofd EMEA Lending Solutions bij J.P. Morgan Private Bank.
J.P. Morgan Private Bank, sponsor van TEFAF, de wereldberoemde kunstbeurs in Maastricht, die op 14 maart de deuren opent voor publiek, signaleert een vlucht naar kwaliteit. Kopers richten zich op de beste kunstwerken, terwijl verkopers van ‘blue chip’-kunst wachten op meer stabiliteit in de markt.
Tegelijk zorgen een generatiewissel in vermogens en verbredende smaakvoorkeuren voor een verschuiving in wat de toon zet en wat er wordt aangekocht. In een markt die per definitie illiquide is, wordt liquiditeit een belangrijke factor, zegt Folarin. „Verzamelaars willen steeds vaker liquiditeit, maar zonder de werken te verkopen die hun collectie definiëren,” aldus Folarin. „Lenen met kunst als onderpand maakt het mogelijk kapitaal vrij te spelen, terwijl de collectie voor de lange termijn behouden blijft.”
Als gevolg daarvan neemt ‘specialty lending’ toe. Het Deloitte Art Market Report verwacht dat de uitstaande kunstgedekte leningen eind 2025 uitkomen op circa $33,9 tot $40,0 mrd. Voor 2026 en 2027 rekent Deloitte op een gemiddelde groei van ongeveer 11%, waarmee het totaal in 2027 naar schatting stijgt tot $42,0 tot $50,1 mrd.
Klanten gebruiken kunstfinanciering daarbij niet alleen voor nieuwe kunstaankopen, maar ook voor bedrijfsinvesteringen, herwegingen in de beleggingsportefeuille en opvolgings- en vermogensplanning. Specialty lending biedt liquiditeit in een illiquide markt: kunst verandert in werkkapitaal, terwijl de collectie intact blijft en onderdeel vormt van het totale vermogensplan.
Deze herijking valt samen met een structurele verschuiving in de demografie en drijfveren van kunstverzamelaars. Er is een vermogensoverdracht gaande tussen generaties die wordt geschat op $85 biljoen, waarvan een aanzienlijk deel besloten ligt in kunst en verzamelobjecten. Jongere en meer diverse kopersgroepen zijn nadrukkelijker in de markt actief, terwijl smaakvoorkeuren verbreden naar onder meer vrouwelijke kunstenaars en het surrealisme.
Dat verandert de markt: dominantie verschuift tussen categorieën, prijzen lopen meer uiteen naarmate de ‘canon’ breder wordt, en liquiditeit concentreert zich in goed gedocumenteerde werken met aantoonbare herkomst en zichtbaarheid.
Over generaties heen raakt verzamelen steeds sterker verweven met identiteit en familiecontinuïteit. Veel families willen hun kunstcollectie behouden als onderdeel van een gekoesterd familiebezit, maar tegelijk financiële flexibiliteit houden. Jongere generaties verzamelaars leggen daarbij meer nadruk op cultureel erfgoed, educatie en maatschappelijke impact als drijfveren om kunst te kopen en te bewaren. Verkopen is voor velen simpelweg geen optie. Kunstwerken zijn voor hen niet alleen financiële bezittingen, maar dragen ook de verhalen en geschiedenis van een familie in zich.
Lenen met kunst als onderpand biedt dan een uitweg: het maakt liquiditeit vrij zonder afstand te doen van het eigendom. Zo blijft de collectie intact, terwijl families toch kunnen inspelen op veranderende doelen en behoeften.