Iran en de afsluiting van de Straat van Hormuz zorgen voor hogere energiekosten en de vrees dat de koopkracht daardoor gaat dalen. “Markten hebben de neiging zich te fixeren op extreme scenario’s. Minstens zo belangrijk is hoe dit het sentiment onder consumenten beïnvloedt. De oorlog in Oekraïne biedt een goed referentiepunt,” zegt Ulrike Kastens, Senior Economist bij vermogensbeheerder DWS.
De Chart of the Week van DWS laat de inflatieverwachtingen zien van huishoudens in Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje. “Het beeld is opmerkelijk. Na de Russische inval in Oekraïne schoten de voedsel- en energieprijzen omhoog. Daarop steeg in 2022 in alle vier de landen ook de inflatieverwachting behoorlijk. Daarna nam die slechts geleidelijk weer af. De schok ebde weg, maar het effect bleef hangen,” aldus Kastens.
Het is vrij eenvoudig. Consumenten hebben meteen te maken met prijsstijgingen aan de pomp, op de energierekening en in de supermarkt. Maar ze hebben een lang geheugen. Met andere woorden: inflatieverwachtingen werken als een blauwe plek: direct pijn, langzaam wegtrekkend. Onderzoek uit de Verenigde Staten toont bovendien aan dat de druk van inflatie op het consumentenvertrouwen slechts heel geleidelijk afneemt.
Dat is nu ook weer van belang omdat verstoorde scheepvaartroutes in de Golf niet alleen een olieprobleem zijn. Zulke verstoringen drijven ook de kosten voor transport en kunstmest op, wat kan doorwerken in voedselprijzen en de bredere kosten van levensonderhoud. “Het gaat er niet alleen om óf de energieprijzen opnieuw stijgen, maar ook hoe lang die stijging in het hoofd van consumenten blijft hangen. Dat maakt de taak voor centrale banken des te ingewikkelder. Markten kijken vaak snel weer verder. Huishoudens doen dat meestal niet. Daardoor komen centrale banken in een spagaat terecht: ze moeten alert zijn op tweede ronde-effecten, maar tegelijk terughoudend zijn met heftige reacties op schokken waar zij zelf weinig invloed op hebben,” concludeert Kastens.