Schroders: Amerikaanse energietransitie draait steeds minder op subsidie en steeds meer op stroomvraag

Jarenlang werd het debat over de Amerikaanse energietransitie gedomineerd door politiek. Subsidies, fiscale prikkels en Washingtons wispelturigheid bepaalden het sentiment rond wind- en zonne-energie. Maar achter die politieke ruis tekent zich een verschuiving af die voor beleggers relevanter kan blijken dan welk steunpakket ook: de vraag naar elektriciteit loopt weer op, en het Amerikaanse energiesysteem dreigt die groei niet snel genoeg te kunnen bijbenen.

Volgens Saad Qais, Head of U.S. Investments, en Hillary Ripley, Head of Business Development, bij Schroders Greencoat is de centrale vraag voor infrastructuurbeleggers niet langer of de overheid gul blijft subsidiëren, maar of het Amerikaanse energiesysteem voldoende nieuwe capaciteit kan toevoegen tegen aanvaardbare kosten. Vanuit dat perspectief blijven hernieuwbare energiebronnen prominent in beeld.

Van subsidie naar fundamenten

De politieke context is intussen wel veranderd. Fiscale voordelen voor schone energie zijn teruggeschroefd en zullen geleidelijk aflopen richting 2030. Maar die afbouw verloopt niet abrupt: projecten die binnen bepaalde termijnen starten, kunnen nog jaren aanspraak maken op belastingvoordelen. Belangrijker is volgens Schroders Greencoat dat de onderliggende economische logica van hernieuwbare energie overeind blijft. In veel Amerikaanse regio’s behoren grootschalige zonneparken en onshore wind inmiddels ook zonder subsidie tot de goedkoopste vormen van nieuwe stroomopwekking. Daarmee verschuift het verdienmodel van fiscale steun naar elektriciteitsprijzen.

Nieuwe vraag zet stroommarkt onder druk

Die omslag valt samen met een nieuwe fase in de Amerikaanse stroommarkt. Waar het elektriciteitsverbruik tussen het midden van de jaren 2000 en 2020 grofweg vlak bleef, voorzien zowel de Amerikaanse Energy Information Administration als het Internationaal Energieagentschap opnieuw groei in het komende decennium. Dat komt niet alleen door datacenters en artificiële intelligentie, maar ook door elektrificatie van vervoer en verwarming en door de terugkeer van industrie naar de VS. Als de vraag jaarlijks met 2% à 3% groeit, zou in 25 tot 35 jaar bijna een verdubbeling van de benodigde opwekkingscapaciteit nodig zijn.

Tegelijkertijd verdwijnt bestaande capaciteit. Kolencentrales worden gesloten, delen van het nucleaire park staan onder druk en ook gascentrales zijn niet immuun voor veroudering en strengere randvoorwaarden. Meer gascentrales bouwen lijkt daarom voor de hand te liggen, maar ook daar wringt het. Producenten van gasturbines kampen met volle orderboeken, levertijden lopen op en de kapitaalkosten liggen hoger dan voor de pandemie. Bovendien kan het Amerikaanse kostenvoordeel van goedkoop schaliegas afnemen naarmate de export van lng groeit en de binnenlandse markt sterker meebeweegt met internationale prijzen.

Wind en zon winnen op voorspelbaarheid

Juist in die context winnen wind en zon aan aantrekkingskracht. Niet alleen omdat ze relatief goedkoop zijn, maar ook omdat ze sneller zijn te realiseren dan grote thermische centrales en na ingebruikname geen brandstofrisico kennen. Voor beleggers maakt dat de kasstromen voorspelbaarder. Hernieuwbare energie ontleent haar aantrekkingskracht daarmee steeds minder aan subsidie en steeds meer aan zekerheid.

De echte bottleneck: het elektriciteitsnet

Toch zit de echte bottleneck elders: op het net. De beperkingen liggen minder bij de opwekking zelf dan bij de infrastructuur die stroom van producent naar verbruiker moet brengen. In staten als Californië en Texas leidt congestie tot scherpe prijsverschillen tussen regio’s. In windrijke gebieden kunnen prijzen fors dalen of zelfs negatief worden, terwijl stedelijke centra juist veel hogere tarieven laten zien. Dat onderstreept hoe dringend investeringen in transmissie zijn. Zonder uitbreiding van het hoogspanningsnet dreigt nieuwe productie te worden aangesloten op een verouderde ruggengraat.

Opslag wordt steeds belangrijker

Ook batterijopslag wint daardoor snel terrein. Grootschalige opslagcapaciteit in de VS is in de afgelopen twee jaar in recordtempo gegroeid, met Texas en Californië als voorlopers. Opslag maakt het mogelijk om stroom op te slaan bij lage vraag of hoge productie en later te verkopen tijdens piekuren, wanneer prijzen hoger liggen. Daarmee wordt niet alleen verspilling beperkt, maar neemt ook de commerciële levensvatbaarheid van hernieuwbare projecten toe.

Kansen voor beleggers

Voor beleggers ontstaan juist nu kansen, stelt Schroders Greencoat. De politieke onzekerheid van het afgelopen jaar heeft veel marktpartijen terughoudend gemaakt. Daardoor zijn delen van de markt minder druk bezet geraakt, vooral bij kleinere en middelgrote ontwikkelaars die niet altijd de balans hebben om meerdere projecten tegelijk voor te financieren. Dat opent ruimte voor kapitaal dat vroeg in de levenscyclus van projecten wil instappen, van opwekking tot netwerken en opslag.

De energietransitie in de VS wordt daarmee pragmatischer van aard. Schone energie wordt nog altijd geassocieerd met decarbonisatie, maar steeds vaker draait het debat om betrouwbaarheid, werkgelegenheid, binnenlandse industrie en lokale belastingopbrengsten. In een krapper wordende stroommarkt gaat het minder om idealen en meer om een aloude economische noodzaak: de lichten aan houden tegen beheersbare kosten. Voor beleggers is dat misschien wel het belangrijkste signaal van allemaal.