Meer dan tien jaar na het Akkoord van Parijs is de uitfasering van fossiele brandstoffen wereldwijd nauwelijks begonnen: de daling bedroeg in tien jaar slechts één procent. Nu het Internationaal Energieagentschap spreekt van de ‘grootste verstoring ooit’ op de wereldwijde oliemarkt, is de noodzaak voor daadkrachtige uitfasering van onze fossiele afhankelijkheid duidelijker dan ooit.
![]() Sven Renon |
De timing van de eerste conferentie over de uitfasering van fossiele brandstoffen in het Colombiaanse kustplaatsje Santa Marta kon wat dat betreft niet beter. Is dit de doorbraak die we nodig hebben, of blijft het wederom bij mooie woorden?
Het lijkt alsof de energietransitie in een stroomversnelling zit. Er verschijnen windturbines aan de horizon, zonnepanelen bedekken onze daken. Toch is het systeem onder de oppervlakte nauwelijks veranderd. In 2013 waren fossiele brandstoffen goed voor ongeveer 81 procent van de wereldwijde energievoorziening. Nu, ruim tien jaar later, is dat nog altijd 80 procent. Dat komt doordat de meeste nieuwe hernieuwbare energie wordt gebruikt om aan de groeiende vraag te voldoen, niet om fossiele brandstoffen te vervangen.
Kortom, de fossiele uitfasering is amper begonnen. De grootste uitdaging ligt nog voor ons: het structureel verminderen van onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen.
Zo worden staal, chemicaliën en cement die ons moderne leven ondersteunen nog steeds voornamelijk geproduceerd met behulp van enorme hoeveelheden fossiele brandstoffen. In Nederland verbruiken industriële bedrijven ongeveer 45 procent van alle energie. Grote bedrijven zoals Tata Steel zijn niet alleen grote uitstoters van broeikasgassen, maar blijven voorlopig ook sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen.
De regels voor industriële decarbonisatie zijn de afgelopen jaren herhaaldelijk veranderd. Een duidelijk voorbeeld is de CO₂-heffing uit het Nederlandse Klimaatakkoord van 2019. Deze heffing moest bedrijven stimuleren om te investeren in schonere energie, door een minimumprijs vast te stellen op hun emissies. Maar in juni 2025 besloot de Tweede Kamer deze heffing alweer af te schaffen, nog voordat we de effectiviteit konden toetsen.
Voor bedrijven zorgt dit soort heen-en-weer-beleid voor verlammende onzekerheid. Om zware industrie echt te verduurzamen is bindend beleid nodig dat niet bij elke verkiezingscyclus verandert. Juist daarom komt de conferentie in Santa Marta als geroepen: niet als praatgroep, maar als beginpunt voor echte bindende afspraken over het uitfaseren van fossiele brandstoffen.
Als medeorganisator van de conferentie blijft Nederland onduidelijk over de eigen positie. Hopelijk sluit onze klimaatminister zich aan bij de welwillende landen zoals Colombia. Want met alleen mooie woorden wordt de mythe van fossiele uitfasering nooit doorbroken.