RBC BlueBay: Concentratie binnen MSCI EM-index is abnormaal hoog

De concentratie binnen de MSCI EM-index is momenteel ongewoon hoog, zowel op land- als op bedrijfsniveau. Dergelijke periodes van extreme concentratie houden zelden lang aan, waarschuwen portfolio managers Guido Giammattei en Dijana Jelic van RBC BlueBay AM.

Gedurende een groot deel van het afgelopen decennium domineerde China de MSCI EM-benchmark, met een piek in 2020 toen het indexgewicht meer dan 43% bedroeg. Vandaag de dag domineren Taiwan en Zuid-Korea de benchmark, en zijn ze samen goed voor meer dan 50%.

Ondertussen vertegenwoordigt chipgigant TSMC bijna 15% van de EM-index, terwijl het gewicht van Samsung en SK Hynix, marktleiders op het gebied van geheugenchips met hoge bandbreedte die worden gebruikt voor AI-training en -toepassing, is gestegen tot respectievelijk zo’n 9% en 7%.

Deze hoge concentratie in de benchmark weerspiegelt een aantal ontwikkelingen. Ten eerste profiteren Taiwan en Zuid-Korea optimaal van de wereldwijde uitrol van de AI-infrastructuur. “Beleggers erkennen in toenemende mate de cruciale rol van beide landen in de AI-waardeketen”, aldus de portfolio managers.

Ook structurele hervormingen hebben de markten een impuls gegeven. “In Zuid-Korea zien we bijvoorbeeld voor het eerst in de geschiedenis ingrijpende hervormingen op het gebied van corporate governance. Wij denken dat dit krachtige thema zich nog in een vroeg stadium bevindt en de markt zal blijven ondersteunen.”

De extreme marktbewegingen en de onzekerheden rond het te gelde maken van AI nopen echter tot enige voorzichtigheid. “De geschiedenis leert ons dat periodes van extreme concentratie zelden lang aanhouden, maar het tijdstip en het verloop van de correctie zijn zeer moeilijk te voorspellen.”

Daarom letten de portfolio managers extra scherp op de waarderingen, en vermijden ze bedrijven met extreme waarderingen. “We trekken geleidelijk geld terug uit aandelen die zeer sterk hebben gepresteerd. Een deel van de opbrengsten herbeleggen we in sectoren buiten de AI-sector.”

Aantrekkelijk in dat opzicht zijn kwaliteitsaandelen en binnenlandse sectoren zoals consumptiegoederen en financiële instellingen. “Deze sectoren waren een tijdje uit de gratie en lijken relatief goedkoop met een sterke return on equity.”

Meer in het algemeen zijn Giammattei en Jelic van mening dat aandelen uit opkomende markten beter kunnen blijven presteren dan aandelen uit ontwikkelde markten. Dit dankzij superieure fundamentele factoren, verbeterende winstgroei en een zwakkere Amerikaanse dollar. “In tegenstelling tot eerdere cycli denken wij dat deze nieuwe cyclus gekenmerkt zal worden door de groeiende veerkracht en onafhankelijkheid van opkomende markten ten opzichte van het Westen, en gedreven zal worden door toenemende binnenlandse vraag en innovatie.”