Door Bénédicte KUKLA, Chief Strategist, Indosuez Wealth Management Grégory Steiner, CFA Global Head of Asset Allocation, Indosuez Wealth Management
![]() Bénédicte Kukla |
Ondanks herhaalde verstoringen op belangrijke scheepvaartroutes paste de oliemarkt zich snel aan. Het verleggen van exportroutes, de hogere productie (uit de VS en de VAE) en de afnemende vraag hadden een gunstig effect. Hoewel de onzekerheid groot blijft en de voorraden minder omvangrijk zijn dan in het verleden, heeft de snelle aanpassing van zowel vraag als aanbod ons ertoe gebracht ons scenario voor ruwe Brent-olie naar beneden bij te stellen, naar 84 dollar in 2026 en 76 dollar in 2027. Onze voornaamste zorgen richten zich momenteel op geraffineerde brandstoffen – met name diesel –, waarbij een krapper aanbod, als gevolg van een lagere raffinaderijproductie en Russische exportbeperkingen, risico’s met zich meebrengt voor de industriële kosten. Tegelijkertijd blijft aardgas een belangrijke onzekerheidsfactor voor Europa: de opslagcapaciteit bedraagt slechts 53%, tegenover een vijfjaarsgemiddelde van 68%, terwijl de toenemende concurrentie met Azië om Amerikaans vloeibaar aardgas (LNG) de prijzen waarschijnlijk onder druk zal blijven zetten.
![]() Grégory Steiner |
Uit de cijfers van juni bleek hoe snel lagere energieprijzen de consumenteninflatie kunnen beïnvloeden: De inflatie in de VS daalde in juni tot 3,5% op jaarbasis, tegenover 4,2% in mei, en de inflatie in de eurozone daalde van 3,2% naar 2,8%. Ook de kerninflatie (exclusief voedsel- en energieprijzen) viel in beide regio’s verrassend lager uit. Als ons basisscenario voor olie uitkomt (zonder blijvende heropflakkering van de spanningen), zou de inflatie verder moeten afnemen naarmate tijdelijke factoren – zoals de eerdere effecten van invoerheffingen op de Amerikaanse inflatie – afnemen. Toch blijven de risico’s vooral in Europa opwaarts gericht. Mocht de aardgasprijs (TTF) op het huidige niveau van half juli blijven, dan zou dit onze huidige inflatieprognose voor Europa met ongeveer 40 basispunten (bps) doen stijgen.
De wereldeconomie heeft deze energieschok beter opgevangen dan bij eerdere schokken. De aanhoudende investeringen in artificiële intelligentie (AI) hebben ook de bedrijfsinvesteringen gestimuleerd, met name in de Verenigde Staten. Ook de eurozone heeft zich veerkrachtiger getoond: de detailhandelsverkopen, de bouw, de Duitse fabrieksorders en de conjunctuurenquêtes hebben positief verrast, wat wijst op een sterkere economische activiteit in het tweede kwartaal van 2026, ondanks de hogere energieprijzen. We handhaven onze groeiprognose voor de eurozone voor 2026 op 0,8% (exclusief het Ierse bbp, dat de afgelopen maanden bijzonder volatiel is gebleken) en hebben de groeiprognose voor 2027 naar boven bijgesteld. De Duitse overheidsuitgaven zouden in de tweede helft van het jaar voor extra steun moeten zorgen, terwijl het recente hervormingspakket van de regering op het gebied van arbeid en pensioenen het vertrouwen van beleggers heeft versterkt.
Sinds het begin van het jaar hebben de Amerikaanse aandelenmarkten forse winsten geboekt, voornamelijk dankzij de technologiesector en de halfgeleidersector. Dit momentum illustreert de kracht van de investeringscyclus op het gebied van AI en het aanhoudende karakter van de aanbodbeperkingen in bepaalde strategische segmenten. Hoewel deze factoren de basis vormen voor sterke winstvooruitzichten, vereisen de omvang van de koersstijging en de concentratie van de prestaties een gedisciplineerd en selectief beheer, aangezien bepaalde waarderingen reeds blijk geven van uitgesproken optimisme. Gezien de sterke fundamentals en de vooruitzichten voor winstgroei blijven we dan ook positief gestemd over Amerikaanse aandelen en AI-gerelateerde thema’s, waarbij we de voorkeur geven aan brede diversificatie, met name via small- en midcaps.
We blijven een voorzichtiger houding aannemen ten aanzien van de Europese aandelenmarkten. Zwakke punten voor de eurozone zijn onder meer de kwetsbare en ongelijkmatige economische activiteit, de aanhoudende energieafhankelijkheid van de Golfstaten en de mogelijkheid dat het politieke risico in de tweede helft van het jaar weer de kop opsteekt. We blijven echter positief gestemd over bepaalde segmenten, zoals het thema strategische autonomie (defensie, veiligheid van de toeleveringsketen). En daarnaast zijn we positief over ondergewaardeerde aandelen en over de banksector, die profiteert van het aanhoudend hoge renteklimaat, het herstel van de fusieen overnamecyclus en aantrekkelijke rendementen.
De obligatiemarkt wordt nog steeds beïnvloed door de evolutie van de inflatie en door de koers van het monetaire en fiscale beleid. In deze context lijkt onze voorzichtige positionering, die wordt gekenmerkt door een onderwogen rentegevoeligheid, nog steeds passend.
We verkiezen dan ook nog steeds korte looptijden in de eurozone, terwijl lange looptijden tot het einde van het jaar volatieler blijven en gevoeliger zijn voor onzekerheden rond het begrotingsbeleid en de politieke context. In de Verenigde Staten blijft onze positionering ongewijzigd. De hoge reële rente, die zich dicht bij zijn hoogste peil in twintig jaar bevindt, maakt staatsobligaties echter stilaan aantrekkelijk.
Bovendien blijven we positief staan tegenover hoogwaardige bedrijfsobligaties uit de eurozone. Ondanks een verkrapping van de spreads blijven de absolute rendementen aantrekkelijk, dankzij solide fundamentele factoren en de aanhoudende vraag van beleggers op zoek naar rendement. Daarentegen blijven we terughoudender ten aanzien van Amerikaanse bedrijfsobligaties, waar de toename van het aantal uitgiftes, met name door ”hyperscalers“, tot voorzichtigheid maant.
We blijven voorzichtig ten aanzien van de Amerikaanse dollar. De recente stijging van de koers weerspiegelt zowel de status van de munt als veilige haven, de bijstelling van de verwachtingen ten aanzien van het Amerikaanse monetaire beleid, als het herstel van de waargenomen geloofwaardigheid van de Federal Reserve (Fed). Deze versterking doet echter geen afbreuk aan onze visie voor de middellange termijn: naarmate de inflatie in de VS afneemt en de markt rekening houdt met een minder restrictief monetair beleid, zou de dollar met toenemende tegenwind te maken kunnen krijgen.
Ook ten aanzien van goud blijven we positief gestemd. Goud blijft steun vinden in de diversificatie van de reserves van centrale banken, aanhoudende geopolitieke spanningen en de hoge overheidsschuld in ontwikkelde economieën. Ook de hervatting van de Chinese aankopen versterkt deze onderliggende trend, biedt concrete ondersteuning aan de vraag en draagt ertoe bij dat de prijzen op een duurzaam hoog niveau blijven.