De miljardenrace rond kunstmatige intelligentie gaat onverminderd door. Grote technologiebedrijven blijven hun investeringsbudgetten opschroeven, terwijl beleggers steeds nadrukkelijker vragen wanneer al dat kapitaal zich vertaalt in winst, kasstroom en rendement. Volgens Paddy Flood van Schroders zijn de eerste signalen bemoedigend, maar is het bewijs nog niet overtuigend genoeg om alle twijfel weg te nemen. Een handleiding voor beleggers met tips waarop te leggen.
Voorlopig bewegen de signalen volgens Flood de goede kant op. Het is nog vroeg, maar het vertrouwen groeit dat de huidige investeringen uiteindelijk aantrekkelijke rendementen kunnen opleveren. AI levert steeds sterker bewijs dat het betekenisvolle omzet kan genereren. Maar omzet is slechts de eerste stap. Uiteindelijk zullen beleggers de AI-golf beoordelen op winst, vrije kasstroom en rendement op geïnvesteerd kapitaal.
De uitgaven aan AI-infrastructuur blijven uitzonderlijk hoog. Sinds eind vorig jaar hebben de grootste technologiebedrijven hun investeringsplannen opnieuw verhoogd. De kapitaaluitgaven liggen ruim boven historische niveaus en analisten hebben hun verwachtingen gedurende 2026 verder naar boven bijgesteld. Daarmee is duidelijk dat de sector nog altijd gelooft dat de vraag naar AI-capaciteit structureel veel groter wordt.
Tegelijkertijd wordt de financiering van deze investeringsgolf veeleisender. Een steeds groter deel van de operationele kasstroom — het geld dat bedrijven uit hun gewone bedrijfsactiviteiten genereren — gaat naar kapitaaluitgaven. In sommige gevallen liggen de geplande investeringen inmiddels hoger dan de operationele kasstroom. Als bedrijven dit tempo willen volhouden, kan externe financiering via schuld of aandelen uiteindelijk nodig worden.
Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. De uitgaven zijn bedoeld om op termijn extra omzet, winst en kasstroom te genereren. De huidige investeringspiek moet dus worden beoordeeld in samenhang met de toekomstige winstkracht die zij moet opleveren. Maar het totaalbeeld blijft dat van een uitzonderlijk forse kapitaalinvestering in AI-infrastructuur.
Juist die omvang leidt tot de centrale vraag in de markt: rechtvaardigt het toekomstige rendement de enorme hoeveelheid kapitaal die nu wordt ingezet? Zoals bij veel grote investeringscycli zit er een tijdsverschil tussen kosten en opbrengsten. De investeringen moeten vooraf worden gedaan, terwijl de bijbehorende omzet, winst en kasstroom pas zichtbaar worden wanneer nieuwe datacentercapaciteit operationeel wordt.
Die spanning wordt versterkt doordat de bedragen zo groot zijn dat zij de vrije kasstroom van sommige van ’s werelds meest succesvolle en winstgevende bedrijven merkbaar drukken. Daardoor ontstaat een duidelijke tweedeling binnen het AI-ecosysteem. Leveranciers van AI-infrastructuur hebben veelal sterk gepresteerd, omdat zij direct profiteren van de vraaggolf. Dat is in 2026 vooral zichtbaar in de geheugenchipsector, waar beperkt aanbod en sterke vraag zorgen voor ongekende groei van omzet, winst en vrije kasstroom.
Bedrijven die deze investeringen financieren, doen het daarentegen minder goed dan de bredere technologiesector en de AI-toeleveringsketen. Hun waarderingcijfers op basis van winst zijn gedaald. Dat suggereert dat beleggers er nog niet van overtuigd zijn dat de huidige investeringen voldoende aantrekkelijk rendement zullen opleveren.
Toch ziet Flood duidelijke aanwijzingen dat AI-investeringen beginnen te renderen. Het bewijs komt nu vooral uit voorlopende indicatoren, zoals omzetgroei, en nog niet uit klassieke rendementsmaatstaven. Maar de richting is volgens Flood positief.
Het eerste belangrijke punt is dat de adoptie van AI blijft versnellen. Consumenten gebruiken chatbots, softwareontwikkelaars zetten AI in bij het schrijven van code, adverteerders verwerken de technologie in digitale campagnes en ondernemingen bouwen AI in bestaande applicaties in. Brede adoptie is een noodzakelijke voorwaarde om de huidige investeringscyclus te rechtvaardigen. Als AI geen productiviteitswinst of duidelijke gebruikerswaarde zou opleveren, zou de omvang van de investeringen moeilijk verdedigbaar zijn.
De lastigere vraag is of die adoptie al zichtbaar wordt in de financiële cijfers van bedrijven. Schroders kijkt daarbij vooral naar twee indicatoren: de omzet van ontwikkelaars van grote taalmodellen en de omzetgroei van hyperscale cloudproviders die zwaar investeren in AI-infrastructuur.
Bij de modelontwikkelaars groeien bedrijven als OpenAI en Anthropic volgens het artikel uit tot enkele van de snelstgroeiende softwarebedrijven ooit. Ook cloudproviders zien AI geleidelijk sterker bijdragen aan de groei. De omzetgroei verbetert en orderachterstanden - toekomstige uitgaven waartoe klanten zich al hebben verplicht - blijven toenemen. Dat wijst erop dat de vraag naar AI-infrastructuur stevig blijft en dat extra capaciteit waarschijnlijk tot verdere groei leidt.
Toch is de twijfel van beleggers niet verdwenen. Daarvoor is de investeringsopgave nog te groot. Om rendementen richting historische niveaus te brengen, moet de omzet aanzienlijk verder stijgen. Een belangrijke maatstaf is de omzet die bedrijven genereren uit hun fysieke activa. Bij de grootste AI-investeerders staat die ratio onder druk, omdat datacenterinvesteringen veel sneller zijn gestegen dan de omzet. Dat kan verbeteren zodra de bezettingsgraad stijgt en nieuwe capaciteit daadwerkelijk wordt benut. Maar voorlopig laat deze maatstaf vooral zien hoeveel er al is geïnvesteerd vóórdat de volledige vraag zichtbaar is geworden.
De conclusie van Flood is daarom genuanceerd. AI levert steeds sterker bewijs dat het betekenisvolle omzet kan genereren. De adoptie versnelt, modelontwikkelaars weten hun technologie snel te gelde te maken en cloudproviders zien de vraag aantrekken. Maar omzet is slechts de eerste stap. Uiteindelijk zullen beleggers de AI-golf beoordelen op winst, vrije kasstroom en rendement op geïnvesteerd kapitaal. Voorlopig bewegen de signalen volgens Flood de goede kant op. Het is nog vroeg, maar het vertrouwen groeit dat de huidige investeringen uiteindelijk aantrekkelijke rendementen kunnen opleveren.