Christopher Dembik, Senior Investment Strategy Adviser Pictet Asset Management
Die vraag kreeg ik van enkele klanten tijdens een recent verblijf in Londen. Zolang de bedrijfsresultaten de verwachtingen blijven overtreffen, is het moeilijk om pessimistisch te zijn. Toch speelt er op de achtergrond mogelijk een probleem dat we in de gaten moeten houden. Steeds vaker gaat de beurskoers van solide bedrijven op één handelsdag met 25% onderuit, soms zelfs van bedrijven die als defensief worden beschouwd. Een mogelijke verklaring is de opmars van het hangmatbeleggen, waardoor de volatiliteit op de financiële markten mogelijk toeneemt.
Hoe zit dat dan?
In de Verenigde Staten zou ongeveer een kwart van het kapitaal van beursgenoteerde ondernemingen in handen zijn van enkele grote vermogensbeheerders, waaronder Vanguard, State Street en Northern Trust. Een aanzienlijk deel van die beleggingen wordt passief beheerd: de aandelen worden aangehouden om beursindexen te volgen, zonder rekening te houden met de vooruitzichten van de afzonderlijke bedrijven.
En daarin schuilt juist een mogelijk nadelig effect van passief beleggen. Naarmate het aan belang wint, komt een steeds groter deel van de aandelen terecht bij beleggers die amper deelnemen aan de dagelijkse handel. De prijsvorming hangt daardoor sterker af van een kleinere groep actieve kopers en verkopers. Hun beslissingen kunnen buitenproportionele koersschommelingen veroorzaken, zelfs wanneer de kerncijfers van de ondernemingen nauwelijks veranderen.
Tot die actieve marktpartijen behoren grote hedgefondsplatformen als Citadel en Millennium. Zij maken veel gebruik van hefboomfinanciering en richten zich vaak op kortetermijnstrategieën. Wanneer een bedrijf tegenvallende resultaten publiceert, kunnen die platformen door wijzigingen in hun positionering de koersdaling dan ook aanzienlijk versterken.
Hoe meer hangmatbeleggers op de markten, hoe sterker de prijsvorming kan afhangen van beleggers met een kortetermijnhorizon.
Gelukkig schuilt er achter elk risico ook een opportuniteit. Want langetermijnbeleggers kunnen daarvan profiteren, op voorwaarde dat ze vasthouden aan hun overtuigingen, de wegingen van hun posities goed in de gaten houden en niet te veel gebruikmaken van hefboomwerking.
Om in de gaten te houden
De spanningen op de obligatiemarkt blijven volgens ons op korte termijn het voornaamste aandachtspunt, zeker nu het Franse risico aanhoudt. De financiële markten zijn tegenwoordig veel strenger in hun oordeel over Frankrijk dan de ratingbureaus. Ten opzichte van andere landen met een vergelijkbare kredietrating betaalt Frankrijk op tienjarige leningen ongeveer 80 basispunten meer rente dan op grond van de gemiddelde verhouding tussen rating en rente in de eurozone te verwachten valt.
Met een spread van ongeveer 140 basispunten ten opzichte van Duitsland worden Franse staatsobligaties verhandeld op een niveau dat vergelijkbaar is met dat van een emittent met een BB+-rating, m.a.w. in de speculatieve categorie (junk bonds). Dat ligt ver onder de officiële kredietrating van Frankrijk, die nog steeds tot de categorie investment grade (beleggingskwaliteit) behoort.
Welke conclusies kunnen we hieruit trekken?
Maar er is ook goed nieuws: 38% van de obligaties uitgegeven door de Franse bedrijven met de hoogste kredietratings biedt een lager rendement dan Franse staatsobligaties. Maar ook dat zal niet blijven duren als de spanningen rond de staatsschuld aanhouden.
Wist u het al?
De honger van centrale banken naar goud neemt niet af, zeker niet in Polen. De Poolse centrale bank zou in september nog eens 25 ton goud hebben gekocht, waardoor haar reserves zijn gestegen tot 673 ton. De doelstelling van 700 ton komt daarmee binnen bereik. Deze institutionele aankopen vormen een structurele factor die de goudprijs ondersteunt.