![]() Mityuki Kashima |
Volgens Miyuki Kashima, Japan-specialist bij BNY Mellon Asset Management staat de Japanse economie er goed voor en biedt het land een aantal belangrijke lessen voor beleidsmakers in andere landen die met de gevolgen van de financiële crisis te maken hebben.
Beleggers ervaren Japan vaak als paradoxaal. Bijna een kwart eeuw stagneert de groei, maar het is wel de derde economie ter wereld. De bevolking vergrijst in rap tempo, maar nog altijd is het land leidend in technologie en robots. Het heeft een binnenlandse economie die voor 85% het BBP bepaalt, maar buitenlandse beleggers zien het land vooral als exportland of valutabelegging.
Deze percepties van Japan zijn belangrijk, maar ze gaan voorbij aan het feit dat het land inmiddels een kwart eeuw te kampen heeft met een stagnerende economie die zij op verschillende manieren heeft getracht weer aan te zwengelen. Neem bijvoorbeeld de roep om te investeren in infrastructuur die in Washington en elders te horen is. Hiermee heeft Japan ruime ervaring. Tussen 1991 en 2008 heeft het land 6,3 biljoen US dollar in constructie en infrastructuur geïnvesteerd.
Daardoor zit het land nu wel met de hoogste schuldenberg in de ontwikkelde wereld en is het land minder, in plaats van meer dynamisch geworden. Maar dankzij die investeringen behoort het land tot de top op het terrein van infrastructuur. En de belangrijkste vraag is of deze uitgaven het land door een moeilijke periode hebben geholpen. Het is eenvoudig om de uitgaven te bekritiseren, maar wie kan zeggen of Japan de huidige sociale en economische stabiliteit zou hebben zonder die investeringen?
Politiek gezien was de verkiezing van premier Abe in 2013 een mijlpaal. Het was voor het eerst sinds 1948 dat een voormalige premier opnieuw tot premier werd gekozen. Het betekende ook de terugkeer van de almachtige Liberale Democratische Partij (LDP) aan de macht na drie jaar aan de zijlijn te hebben gestaan.
Volgens Kashima wilde het Japanse electoraat wat anders na de crisisjaren aan het begin van deze eeuw. Ze brak met het verleden en koos voor de Democratische Partij als alternatief voor de LDP. Maar het beviel niet en men keerde terug naar de gevestigde orde. Van een afstand gezien lijkt dit vergelijkbaar met wat er nu in de rest van de wereld gebeurt. Japan biedt in die zin nu een oase van stabiliteit temidden van de politieke turbulentie op het wereldtoneel.
Intussen kan premier Abe na zijn grote herverkiezingsoverwinning doorgaan met Abenomics. Met zijn economisch hervormingsprogramma heeft hij ondanks negatieve kritiek toch een aantal doelstellingen weten te bereiken, waardoor er positief tegen de Japanse economie kan worden aangekeken: Nominaal BBP groeit 13 kwartalen op rij op jaarbasis en werkgelegenheid en industriële productie staan er ook goed voor. Daarmee is niet gezegd dat er geen problemen zijn. Groeidoelstellingen worden niet gehaald en bedrijven investeren te weinig. Maar daarmee wordt voorbij gegaan aan het algemene punt. Alleen al het feit dat een groeidoelstelling is geformuleerd - voor het eerst sinds de jaren ’60 - vergt moed omdat alles wat de regering nu doet wordt tegen een meetlat aangehouden. Ook als de doelstelling niet gerealiseerd wordt, zal de overheid alles eraan doen om te voorkomen dat het BBP weer daalt.
Vooruitkijkend is Kashima positief gestemd over de Japanse economie. Beleggers letten vooral op de sterker wordende yen, maar dat is maar een deel van het verhaal. Volgens Kashima hebben beleggers die Japan alleen als een ‘currency play’ te weinig oog voor een goed presterende binnenlandse economie met bedrijven die aantrekkelijke rendementen bieden aan internationale beleggers ongeacht de prestaties van de yen. goed en bedrijven die vooral op de eigen economie gericht zijn en aantrekkelijke rendementen leveren.