Het nettoverlies van EUR 534 miljoen van Ageas over de eerste negen maanden valt uiteen in een nettoverlies van EUR 209 miljoen voor Verzekeringen en een nettoverlies van EUR 325 miljoen in de Algemene Rekening. Het nettoresultaat Verzekeringen omvat een netto negatieve impact van EUR 615 miljoen van de aanhoudende financiële onrust over de eerste negen maanden, waarvan EUR 503 miljoen uit de bijzondere waardevermindering op Griekse overheidsobligaties en EUR 112 miljoen van de bijzondere waardevermindering op de aandelenportefeuille als gevolg van de dalende aandelenmarkten.
De netto-impact van de financiële onrust buiten beschouwing gelaten, zou het nettoresultaat dit jaar EUR 406 miljoen hebben bedragen tegenover EUR 334 miljoen in 2010, een stijging van 22%. Het nettoresultaat over het derde kwartaal bedroeg EUR 475 miljoen negatief. Het resultaat van EUR 320 miljoen negatief in Verzekeringen is beïnvloed door de financiële markten, dat van EUR 155 miljoen negatief in de Algemene Rekening draagt een last van EUR 128 miljoen met betrekking tot zaken uit het verleden. De aanpassing tot reële waarde, geschat op 80% van de nominale waarde, van de overgenomen Fortis Bank Tier 1 Obligatielening heeft een negatief effect op het resultaat over de eerste 9 maanden van EUR 190 miljoen. EUR 150 miljoen hiervan beïnvloeden de resultaten van het derde kwartaal.
Het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders bedroeg op 30 september 2011 EUR 7,9 miljard (EUR 3,15 per aandeel) in vergelijking met EUR 7,5 miljard (EUR 2,89 per aandeel) eind juni en EUR 8,2 miljard (EUR 3,19 per aandeel) eind 2010. Vergeleken met eind juni profiteerde het eigen vermogen toewijsbaar aan aandeelhouders voornamelijk van de stijging van de ongerealiseerde meer- en minwaarden op de beleggingsportefeuille (EUR 0,9 miljard) en positieve wisselkoersreserves (EUR 0,1 miljard), deels teniet gedaan door een slechter resultaat over de eerste negen maanden (-EUR 0,5 miljard) en het inkoopprogramma van eigen aandelen (EUR -0,1 miljard). Dit programma deed het aantal uitstaande aandelen voor de berekening van het eigen vermogen per aandeel dalen, met een positief effect op de ratio.
In het kader van het op 24 augustus 2011 aangekondigde inkoopprogramma van eigen aandelen voor een totaalbedrag van EUR 250 miljoen, had Ageas per 30 september 69,2 miljoen aandelen teruggekocht, ofwel 2,6% van het totaal aantal uitstaande aandelen. Op 4 november 2011 stond de teller op 120.197.659 aandelen voor een totaalbedrag van EUR 158.601.854 ofwel 4,6% van het totaal aantal uitstaande aandelen. Ageas informeert de markt wekelijks over de voortgang van het inkoopprogramma van eigen aandelen.
De aandelenbeleggingen tegen geamortiseerde kostprijs daalden van EUR 2,3 miljard eind 2010 tot EUR 2 miljard eind september. Bruto ongerealiseerde meerwaarden daalden met EUR 163 miljoen, hetgeen leidde tot een kleine ongerealiseerde minwaarde van EUR 24 miljoen eind september. Aandelen maken 3% deel uit van de beleggingsportefeuille, 1% minder dan aan het begin van het jaar.
De vastgoedportefeuille van Ageas tegen geamortiseerde kostprijs steeg van EUR 2,9 miljard eind 2010 tot EUR 3 miljard, waarvan EUR 2 miljard in vastgoedbeleggingen en EUR 1 miljard in gebouwen voor eigen gebruik. De bruto ongerealiseerde meerwaarden stegen met EUR 279 miljoen tot EUR 1,2 miljard eind september door een aanpassing van de waarderingsmethode aan marktgebruiken. Aangezien vastgoed wordt geboekt tegen de geamortiseerde kostprijs, zijn deze meerwaarden niet zichtbaar in het netto eigen vermogen.
Beleggingen in overheidsobligaties (“Voor verkoop beschikbaar” en “Tot einde looptijd aangehouden”) tegen geamortiseerde kostprijs stegen met EUR 0,2 miljard tot EUR 33,0 miljard ten opzichte van eind 2010. Desinvesteringen in Italiaanse, Spaanse, Finse, Portugese, Oostenrijkse en Griekse obligaties werden voornamelijk geherinvesteerd in Belgische obligaties en in mindere mate in Nederlandse.
De totale bruto blootstelling aan Zuid-Europese overheidsobligaties (“Voor verkoop beschikbaar” en “Tot einde looptijd aangehouden”) tegen de geamortiseerde kostprijs daalde van EUR 8,9 miljard eind 2010 tot EUR 5,4 miljard op 30 september. Rekening houdend met de minderheidsbelangen in België en Portugal en de bijzondere waardevermindering op Griekenland, bedroeg de totale netto blootstelling aan Zuid-Europese landen tegen geamortiseerde kostprijs EUR 3,6 miljard op 30 september 2011.
De ongerealiseerde meerwaarden op de voor verkoop beschikbare obligatieportefeuille bedroeg EUR 1,4 miljard positief ten opzichte van een ongerealiseerde minwaarde van EUR 0,6 miljard eind juni. De ongerealiseerde minwaarden op overheidsobligaties van EUR 0,9 miljard evolueerden naar ongerealiseerde meerwaarden van EUR 0,9 miljard dankzij hogere marktwaarden en de impact van de bijzondere waardevermindering op Griekenland en de classificering van Portugese obligaties als “Tot einde looptijd aangehouden”. Ongerealiseerde meerwaarden op bedrijfsobligaties stegen naar EUR 0,5 miljard ten opzichte van EUR 0,3 miljard eind juni. De kwaliteit van de bedrijfsobligatieportefeuille blijft zeer hoog: ruim 95% van de portefeuille is nog steeds investment grade. 84% heeft een rating A of hoger en 62% een rating AA of AAA.