Kredietcrisis dossier Amerikaanse banken

Het afgelopen jaar is het in de Verenigde Staten een waar bloedbad geweest waarbij er veel banken over de kop zijn gegaan. Er zijn nog veel vragen onbeantwoord gebleven betreffende deze kwestie en daarom maakt Analist voor u dit dossier om u een zo goed mogelijk beeld te geven wat er allemaal gebeurd is de afgelopen maanden.

Hoe het begon….
Na de aanslagen van 11 september 2001 dreigde de Verenigde Staten in een recessie te belanden. Het stelsel van centrale banken, de FED besloot destijds de rente stapsgewijs te gaan verlagen tot een niveau van 1%. Door deze maatregelen van de FED werden leningen en hypotheken stukken goedkoper en dit gold dan met name voor hypotheken die gebruik maakten van een variabele rente.

Daarnaast was er te veel liquiditeit in omloop in het financiële systeem enerzijds veroorzaakt door injecties van centrale banken en anderzijds door een enorme toevloed van kapitaal uit voornamelijk Azië en het Midden-Oosten. De derde en misschien wel belangrijkste factor was de vorming van nieuwe ingewikkelde hypotheekvormen in de Verenigde Staten.

De grootste verandering had betrekking op de kredietwaardigheid van de hypotheekaanvrager. In de Verenigde Staten wordt een systeem gebruikt waarbij aanvragers een bepaalde score krijgen toebedeeld, de zogenaamde credit score. Laatstgenoemde is gebaseerd op een cijfer waarmee het betalingsgedrag van de aanvrager wordt gebaseerd op basis van het betalingsgedrag in het verleden. Personen met een slecht betalingsgedrag werden aangeduid als “sub-prime” wat vrij vertaald minder dan eerste klas betekend.

George W. Bush, de huidige president van de Verenigde Staten gaf in 2002 het startsein voor de verstrekking van hypotheken aan personen die een sub-prime historie hadden. In de Verenigde Staten is er een enorme kloof tussen blanke Amerikanen en andere bevolkingsgroepen zoals de Latino’s. De Amerikaanse president was van mening dat iedereen recht heeft op een woning in de Verenigde Staten.

Het gevolg van deze maatregelen was dat de huizenmarkt in de Verenigde Staten een enorme stijging liet zien qua prijzen. Het kopen van een woning werd niet langer door Amerikanen gezien als onderkomen. Het werd vooral gebruikt om er kort te zitten en dan met hogere winst door te verkopen. Door de lage rentes werd het aantrekkelijker om elke keer een nieuwe woning te kopen en voordat de rente zou gaan stijgen weer door te verkopen.

In de jaren erna werd de rente door de FED stapsgewijs verhoogd en kwamen steeds meer huizeneigenaren in grote problemen. Aangezien veel mensen een hypotheek hadden afgesloten met een variabele rente werd het door de rentestijgingen steeds lastiger hun hypotheeklasten te betalen.

Eind 2006
In 2006 namen de betalingsachterstanden toe van voornamelijk de sub-prime hypotheken. Hierdoor kwamen steeds meer hypotheek -banken in grote problemen terecht en moesten hun activiteiten inkrimpen of zelfs staken. Door de betalingsachterstanden kwamen er steeds meer “foreclosures” de zogenaamde gedwongen verkopen.

Steeds meer mensen kozen echter ook voor de optie om hun sleutels in te leveren bij de bank en weg te lopen van hun verplichtingen. Hierdoor kwamen steeds meer banken in zwaar weer terecht en moesten nog meer afschrijvingen maken op hun balans aangezien dit minder oplevert dan wanneer de woning op de gebruikelijke weg verkocht zou worden.

Zomer van 2007
In 2007 verscherpten vrijwel alle hypotheekbanken hun leningsvoorwaarden, wat tot gevolg had dat het verkrijgen van nieuwe zowel als vervangende hypotheken steeds moeilijker en duurder werd voor Amerikanen. De banken die de hypotheken hadden verstrekt, hadden de leningen gebundeld en in delen opgeknipt en daarna weer doorgeleend aan banken en andere financiële instellingen. Hierdoor ontstond er veel onduidelijkheid omdat niemand exact meer wist wie de schade zal dragen van een niet-afgeloste hypotheek.

Doordat de markt voor interbancaire leningen aan het opdrogen was werd het steeds moeilijker de waarde vast te stellen van de hypotheekobligaties, hierbij gaat het dus om de doorgeleende hypotheken. De banken beginnen de waarde van deze pakketten op de balans te verminderen. Hierdoor deden veel banken miljardenafschrijvingen op deze pakketten. Als gevolg van de afschrijvingen kwamen er steeds meer verliezen voor de financiële instellingen.

Maart 2008, Bear Stearns in de problemen
Bear Stearns, gold als één van de grootste Amerikaanse zakenbanken meldde dat twee door haar beheerde hedgefunds in de problemen waren gekomen. Bear Stearns kwam in moeilijkheden toen geldschieters hun vertrouwen in de bank verloren en hun investeringen terugtrokken. Ze verloren het vertrouwen in de bank die veel speculatieve hedgefondsen als klant heeft en fors heeft geïnvesteerd in financiële producten op basis van Amerikaanse hypotheken.

Gevolg hiervan was dat de Amerikaanse zakenbank enorme afschrijvingen moest maken en hierdoor in zwaar weer terecht kwam. Bear Stearns is uiteindelijk gered door de FED die een kapitaalinjectie deed en JPMorganChase voor 2 dollar per aandeel Bear Stearns liet overnemen.



September & Oktober 2008, de kredietcrisis laat zijn ware gezicht zien
Na Bear Stearns kwamen verschillende andere financials eveneens in de problemen terecht. Er werden steeds meer afschrijvingen gedaan op de ingewikkelde hypotheekvormen en dan in het bijzonder de sub-prime hypotheken.

Nadat Bear Stearns in maart 2008 van de ondergang was gered door de FED en JPMorganChase was het de beurt aan de Amerikaanse hypotheekverstrekkers Fannie Mae en Freddie Mac in september 2008. Samen waren Fannie Mae en Freddie Mac verantwoordelijk voor bijna de helft van alle afgesloten hypotheken in de Verenigde Staten met een totale waarde van 5300 miljard dollar. Uiteindelijk werden Fannie Mae en Freddie Mac gered door wederom het stelsel van centrale banken, de FED.

De Amerikaanse overheid was bang dat als Fannie Mae en Freddie Mac zouden omvallen de crisis oncontroleerbaar zou worden en besluit een reddingsplan op te stellen. De Amerikaanse minister van Financiën, Henry Paulson stelde de zogenaamde “Bail-out Bill” op waarbij alle slechte leningen werden opgekocht en financiële instellingen om zo het financiële stelsel te kunnen waarborgen. De “Bail-out Bill” kent een waarde van 700 miljard dollar. Inmiddels is het geheel aangepast en adopteert Henry Paulson de Europese stijl wat inhoudt dat het voortaan banken voorziet van extra kapitaal om de balans te versterken. Van de 700 miljard dollar is ondertussen al 410 miljard dollar gebruikt.

Na Fannie Mae en Freddie Mac volgden diverse andere financials in Amerika. AIG , de grootste verzekeraar ter wereld zat eveneens in de problemen en werd niet veel later genationaliseerd. AIG dreigde om te vallen en vroeg om 40 miljard dollar noodhulp van de autoriteiten. Een dag later werd aan het verzoek gehoor gegeven en werd er 75 miljard dollar in AIG gestopt. De Amerikaanse overheid kreeg 79,9% van de aandelen AIG in handen en werd niet veel later van de Dow Jones Index afgehaald.

Na AIG volgde de ene na de andere Amerikaanse financial. Merrill Lynch was een zeer grote speler op zakelijk bancair gebied en zag zich noodgedwongen overgenomen worden door de Bank of America op last van de Federal Reserve . Merrill Lynch is uiteindelijk voor 44 miljard dollar overgenomen of 29 dollar per aandeel door Bank of America .

Zakenbank Lehman Brothers was net als de eerder genoemden in de problemen gekomen. Lehman Brothers kon in tegenstelling tot Merrill Lynch geen overnamekandidaat vinden en vroeg surseance oftewel uitstel van betaling aan. Lehman Brothers had een schuld van 613 miljard dollar. Lehman Brothers is uiteindelijk sterk uitgekleed verkocht aan het Britse Barclays voor 1,75 miljard dollar. Niet veel later volgde Washington Mutual en ging eveneens ten onder. Washington Mutual werd in september 2008 voor 1,9 miljard dollar overgenomen door JPMorganChase.



Momenteel zijn Citigroup , Bank of America , JPMorganChase en Goldman Sachs de enige banken in de Verenigde Staten die de kredietcrisis vooralsnog zelfstandig hebben overleefd. Er heerst nog veel onduidelijkheid en onzekerheid op de financiële markten. De financials, de banken en verzekeraars zien hun koersen op en neergaan.

Het Amerikaanse Wells Fargo nam de zesde bank van de Verenigde Staten, Wachovia over voor een bedrag van 15 miljard dollar of 7 dollar per aandeel. Citigroup deed eerder al een bod van 2,2 miljard dollar of 1 dollar per aandeel met steun van de Amerikaanse overheid en daarnaast een garantiesteun voor 42 miljard dollar aan slechte leningen.

Uiteindelijk heeft de bonuscultuur bij grote banken een grote rol gespeeld tijdens de kredietcrisis. De enorme bonussen die sommige topmannen ontvingen waren buiten proporties en er werden steeds meer risico’s genomen om maar de bonus te krijgen.Verschillende CEO’s van onder meer Goldman Sachs hebben aangegeven dit jaar af te zien van hun bonussen.

Wat de gevolgen op de lange termijn zullen zijn voor de financials is nog steeds verre van duidelijk, maar één ding is vrijwel zeker dat het bank- en verzekeringswezen niet meer zal gaan handelen in ingewikkelde en risicovolle producten zoals de sub-prime hypotheken. Daarnaast zullen de extreme bonussen tot het verleden behoren.

De problemen op de Amerikaanse huizenmarkt hebben geleid tot de huidige crisis in de wereld waarbij het vertrouwen tussen banken op een dieptepunt terecht is gekomen en waarbij veel bedrijven over de kop gaan of rigoureus moeten omslaan en in veel gevallen personeel moeten ontslaan. Het is nu vooral afwachten wat de toekomst de wereldeconomie zal brengen.